Sinds ik me kan herinneren, heb ik altijd getekend. Eerst voor mezelf, later ook in opdracht. Na de academie heb ik met een aantal gelijkgestemden een grafisch ontwerpbureau opgericht. Na jaren ontwerpen besloot ik door te gaan als zelfstandig tekenaar. Ik kreeg veel opdrachten om kinderboeken te illustreren, dat was leuk maar niet direct mijn eerste keus. Maar in Nederland waren er nauwelijks geïllustreerde boeken voor volwassenen. Er is toentertijd wel een graphic novel van me uitgegeven. Ook tekende ik cartoons voor magazines. Daarnaast had ik altijd een eigen atelier waar ik vrijer werk kon maken, kleine tekeningen en aquarellen zonder opdracht.
Vanaf het moment dat ik financieel onafhankelijker werd en meer tijd kreeg, ben ik gaan schilderen. Dat voelde als een bevrijding. Voor een tekening moest ik altijd een voorstelling bedenken, een ontwerp. Mijn schilderijen zijn daar duidelijk een reactie op. Ik neem me niets voor als ik begin, alles ontstaat tijdens het werken.
Schilderen doe ik in korte sessies, zelden ga ik lang door op een doek. Als het resultaat me niet bevalt, schilder ik eroverheen, waarbij ik soms gebruik maak van de onderlaag maar vaak ook niet. Het gaat me niet om het maken van een voorstelling, maar om het creëren van een sfeer. Een sfeer die niet direct te duiden is, die vaak duister en geheimzinnig blijft.
Omdat ik de concentratie op het schilderen alleen in korte sessies op kan brengen, bedenk ik projecten voor daarnaast waarin ik ook autonoom mijn gang kan gaan. Afgelopen jaar maakte ik een boek getiteld Becoming Fluid, een kunstenaarsboek waarin beeld, geluid, tekst en tast samenkomen. Ik heb daarvoor twaalf kunstenaars bijeengebracht met werk dat de verbeelding laat stromen. Dat is een kwaliteit die ik zelf ook altijd nastreef.